Foto: Dick Vermaas Fotografie

Column Paul Asselbergs: Brommerpech

In mijn jeugd reed ik vanaf mijn zestiende jaar op een brommer. Het was een Batavus. Ja ja, ik hield van status. Ik reed er dagelijks mee naar de landbouwschool in Roosendaal, maar ook in het uitgaansleven versierde ik met mijn statussymbool elke leuke meid. Ook reed ik er vaak mee door de bossen om naar reeën te kijken, maar met dat lawaai was dat geen succes. Meestal geen reet te zien, sorry, geen ree te zien.

Mijn Batavus had nogal flink te lijden van die stoffige hobbelige zandpaden, maar het leek wel of ie niet stuk kon. Echter, toen ik op een avond over een stoffig bospad reed hield de brommer er opeens mee op. Hij stotterde nog wat, maar dat was dan ook ‘t laatste geluid wat 'ie liet horen. En daar stond ik dan opeens, stil en verlaten, samen met mijn dienstweigeraar.

Paardenfluisteraar

Links van mij lag een klein weitje. Daar liepen twee paarden in, een bruin en een zwart. Ze waren nieuwsgierig geworden en kwamen naar mij toe lopen. Ik probeerde ondertussen om mijn brommer aan de praat te krijgen. Tevergeefs!

Opeens stond het bruine paard vlakbij me en riep met zware stem: “Da’s ‘n vette bougie!” Ik kon mijn oren en ogen niet geloven. Ik dacht dat ik droomde. Ik werd zelfs een beetje bang. Van schrik nam ik mijn brommer mee aan het stuur en liep er mee naar een boerderij, een eindje verderop.

Toen ik daar aankwam zag ik gelukkig net de boer buiten lopen. Ik vertelde hem vol ongeloof, dat er een eindje terug een paard in een wei liep dat tegen mij zei, dat ‘mijn brommer het niet deed vanwege een vette bougie’. De boer reageerde heel laconiek en zei: “Ja, die 2 paarden zijn van mij, dat zei dat bruine paard zeker?” Ik stond perplex en zei: “Inderdaad, het was dat bruine paard. Hoe kan dat in godsnaam?”

“Nou”, zei de boer, “dat is heel eenvoudig, dat zwarte paard heeft geen verstand van brommers”. Goed dat dat beest in de wei stond. Ik vond het te gek om los te lopen.

Audrey Tulkens
Meer berichten