Foto: Dick Vermaas Fotografie

Column: Vragen staat vrij

Door Paul Asselbergs

Een goede vrind van mij heeft maar liefst zeven kinderen. Hij werkt bij Fokker, maar dat is toeval. Het jongste kind, een nakomertje, heet Piet en dat is het enige kind dat nog thuis woont.

Piet is vijftien jaar en is heel leergierig voor zijn leeftijd. Zijn ouders noemen hem ‘Pietje Precies’. Hij vraagt en hij vraagt tot zijn ouders er soms helemaal gek van worden. Laatst liep Pietje met zijn ouders in de binnenstad van Bergen op Zoom. En ja hoor, daar kwamen de vragen weer. “Papa, hoe oud is de Peperbus?” “Dat zou ik niet weten ventje”, zei vader, “maar hij is wel heel oud”. “En papa, hoeveel inwoners heeft Roosendaal?” “Ik weet dat Roosendaal meer inwoners heeft dan Bergen op Zoom, maar in Bergen op Zoom wonen meer mensen”, zei zijn vader. En Pietje ging verder: “Papa, waarom heet onze schouwburg De Maagd?” “Dat weet ik niet Pietje”, zei vader. En zo ging het maar door.

Na een tijdje werd de moeder van Pietje dat gedram zo beu dat ze zei: “Pietje, hou nou eindelijk eens op met al dat gevraag”, en ze gaf hem een flinke tik om z’n oren. Toen haar man dat zag werd hij heel kwaad op haar en zei: “Waarom sla je dat kind nou? Laat dat jong toch vragen, daar kan hij alleen maar wijzer van worden!”

Even later liepen ze de Zuivelstraat in en zagen dat er een man voorovergebogen naar de grond liep te turen. Hij was kennelijk iets kwijt. Vader dacht: misschien kan ik even mee helpen zoeken. Hij vroeg aan de man: “Bent u wat kwijt?”. “Ja, ik ben mijn horloge verloren”, zei de man. Vader zei: “Wat vervelend voor u, zal ik even mee helpen zoeken?”. “Graag”, zei de man.

“Waar bent u uw horloge ongeveer verloren”, vroeg de vader. “Dat was in Breda op de Ginnekenmarkt” zei de man. Vader zei verbaasd: “Beste man, u bent hier wel in Bergen op Zoom hoor”. “Ja, dat weet ik” zei de man, ”maar toen ik mijn horloge verloor, toen liep het nog”.

Audrey Tulkens
Meer berichten