Foto: Dick Vermaas Fotografie

Plezierjacht

Paul Asselbergs

Dat is wel een rare titel voor een column hè, want dat kan weerstand opwekken. Gaat dat over wrede jagers die zielige beestjes doodschieten. Nee, daar waag ik me niet aan. Ik wil het gezellig houden. Maar met plezierjacht bedoel ik gewoon een motorboot of een zeilboot waar watersporters hun hobby mee uitoefenen. Daar is toch niks mis mee?

Met een vaar- of zeiltocht doet men mij geen plezier, zeker niet als het stormt, want ik heb watervrees. Raar eigenlijk, want toen ik net geboren was lag ik al ‘op’ een zeil, en ging ik heel vaak ‘onder’ zeil.

Nederland is echt een watersportland. Varen, vissen of zeilen, ach, ieder heeft zijn hobby. Zeilen wordt wel eens elitair genoemd, maar dat vind ik onzin. Een beetje bootje heb je al vanaf een ton of vijf, dus dáár hoef je het in elk geval niet voor te laten. Om de kosten wat in de hand te houden probeert men het onderhoud zoveel mogelijk zelf te doen. Sommige zeilers laten hun boot bij laag water expres droogvallen op een zandplaat. Dan kunnen ze schoon schip maken. Dan zie je ze op de plaat poetsen.

Wat je verder nog moet weten

Ik vergeet steeds welke kant van het schip bakboord heet en welke kant stuurboord. Iemand vertelde me: “De bak bier staat altijd links in het schip, dus dat heet bakboord. De looprand rondom het schip heet ‘gangboord’, alles wat daar buiten ligt heet ‘overboord’." Net als jagen heeft de zeilwereld ook zijn eigen taal. Men praat ook niet over touwen, maar over schoten. Je hebt schoten voor de zeilen en schoten voor de boeg. Een zeilwedstrijd vind ik wel altijd angstig om te zien. Soms gaan de boten rakelings langs elkaar heen. Dat vind ik gevaarlijk. Dan ben ik bang voor botelisme. Nee, dan lig je in de haven toch heel wat veiliger.

Bij het aanmeren in de haven heb je wel altijd een stootkussen nodig. Dat klinkt dan weer wél leuk, dus misschien ga ik ooit nog wel eens zeilen. Er lijkt me namelijk niks leuker dan een stoot kussen.

Audrey Tulkens
Meer berichten